Liquidatiereserve: wachten of nu uitkeren en privé beleggen?
U heeft liquidatiereserves in uw vennootschap en u weet dat u die u over enkele jaren voordelig(er) kunt opnemen dankzij de lagere roerende voorheffing die dan van toepassing is. De reserves die daar liggen te wachten, zijn echter niet inflatieproof, want het bedrag ervan stijgt niet meer. De vraag is dus of het zinvol is om de reserves toch nu al uit te keren en privé te beleggen.
Hoeveel roerende voorheffing op de uitkering van een liquidatiereserve in 2026?
Uw vennootschap kan een deel van de winst, waar eerst vennootschapsbelasting op betaald is en dan nog een afzonderlijke aanslag van 10%, naar een liquidatiereserve overboeken (art. 184quater WIB 92). Die liquidatiereserve kan ze dan na een wachttermijn van enkele jaren als een dividend uitkeren met toepassing van de verlaagde roerende voorheffing (rv) of, als u wacht tot aan de vereffening, met 0% rv (art. 269, §1, 8° WIB 92).
Het normale tarief van de rv op dividenden bedraagt 30%, maar op de uitkering van liquidatiereserves moet minder rv ingehouden worden. Voor liquidatiereserves aangelegd tot en met 30 december 2025 (dat is dus tot boekjaar 2024 voor vennootschappen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar) bedraagt het tarief 20% voor een uitkering binnen de drie jaar vanaf de balansdatum van het boekjaar van aanleg, 6,5% voor een uitkering in het vierde of vijfde jaar na die datum en 5% voor een uitkering na een termijn van vijf jaar.
In de onderstaande tabel vindt u alle rv-tarieven voor uitkeringen sinds 1 januari 2026 van liquidatiereserves aangelegd tot en met boekjaar 2024.
|
Tarief roerende voorheffing op liquidatiereserves |
Boekjaar van aanleg |
|||||||||
|
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
||
|
Uitkering vanaf 1 januari van het jaar |
2026 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
6,5% |
6,5% |
20% |
20% |
|
2027 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
6,5% |
6,5% |
20% |
|
|
2028 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
6,5% |
6,5% |
|
|
2029 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
6,5% |
|
|
2030 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
|
|
2031 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
|
Merk op dat in 2026 al één jaar van de wachttermijn verstreken is voor een liquidatiereserve uit 2024 en al twee jaar voor een liquidatiereserve uit 2023.
Een uitkering wordt niet proportioneel op alle liquidatiereserves aangerekend, maar eerst op de oudst gevormde reserves (art. 184quater, lid 5 WIB 92). Heeft uw vennootschap bv. een liquidatiereserve van € 10.000 uit boekjaar 2020 (5% rv) en een van hetzelfde bedrag uit boekjaar 2024 (20% rv) en beslist u om in 2026 een dividend van € 8.000 uit de liquidatiereserves op te nemen, dan betaalt u dus op de volledige uitkering 5% rv of € 400, omdat het volledig uit de reserve van 2020 komt.
Laat u liquidatiereserves niet als een dividend uitkeren, maar naar aanleiding van de vereffening van uw vennootschap, dan is er helemaal geen rv verschuldigd, en dat zonder wachttermijn. Dat geldt dus bv. ook voor liquidatiereserves van boekjaren 2023 of 2024 die bij een vereffening in 2026 uitgekeerd zouden worden.
Toch nu al uitkeren en privé beleggen?
Aan het voordeel van de verlaagde rv is ook een nadeel verbonden: u moet wachten. Het geld is namelijk in uw vennootschap ‘gereserveerd’, het bedrag ligt vast en kan niet geïndexeerd worden om rekening te houden met bv. de inflatie. Als u vandaag € 1.000 in een liquidatiereserve stopt, is dat over tien jaar nog altijd € 1.000.
U kunt dat nadeel niet wegwerken door het geld in uw vennootschap te beleggen, want de opbrengsten van de beleggingen worden niet aan de liquidatiereserves toegevoegd. Het bedrag van het uitkeerbare dividend stijgt dus niet als gevolg van die beleggingen.
De vraag is dus of het zinvol is om niet te wachten en de bittere pil van een hoger tarief roerende voorheffing te slikken en dan privé te beleggen. Laat u een liquidatiereserve het best nog enkele jaren of zelfs tot aan de vereffening staan? Of is het beter om nu al uit te keren en het geld privé te beleggen? Een berekende vergelijking maken is nodig. Sommige gegevens in die berekening staan vast, namelijk het tarief van de rv en de wachttermijnen van drie of vijf jaar. Het rendementspercentage dat u privé op uw beleggingen behaalt, moet u echter ramen.
Berekende vergelijking
Stel uw vennootschap heeft voor boekjaren 2023 en 2024 een liquidatiereserve van € 10.000 aangelegd. Keert u die nu uit, dan moet er 20% rv ingehouden worden en ontvangt u dus een nettodividend van € 8.000. We vergelijken wat die € 8.000 waard zal zijn in het jaar dat u de liquidatiereserve met maar 6,5% of 5% rv of zonder rv kunt uitkeren, als u ze met een nettorendement van 3%, 5% of 10% zou beleggen. We veronderstellen dat u uw vennootschap in 2036 vereffent.
|
Liquidatiereserve van 2023 |
Uitkering in 2026 |
Uitkering in 2027 |
Uitkering in 2029 |
Uitkering in 2036 |
|
Bedrag in de reserve |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
|
Tarief roerende voorheffing |
20% |
6,5% |
5% |
0% |
|
Bedrag roerende voorheffing |
€ 2.000 |
€ 650 |
€ 500 |
€ 0 |
|
Nettodividend |
€ 8.000 (te beleggen) |
€ 9.350 (over 1 jaar) |
€ 9.500 (over 3 jaar) |
€ 10.000 (over 10 jaar) |
|
Hoeveel is € 8.000 dan waard bij een rendement |
van 3% netto |
€ 8.240 |
€ 8.742 |
€ 10.751 |
|
van 5% netto |
€ 8.400 |
€ 9.261 |
€ 13.031 |
|
|
van 10% netto |
€ 8.800 |
€ 10.648 |
€ 20.750 |
|
Liquidatiereserve van 2024 |
Uitkering in 2026 |
Uitkering in 2028 |
Uitkering in 2030 |
Uitkering in 2036 |
|
Bedrag in de reserve |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
€ 10.000 |
|
Tarief roerende voorheffing |
20% |
6,5% |
5% |
0% |
|
Bedrag roerende voorheffing |
€ 2.000 |
€ 650 |
€ 500 |
0 |
|
Nettodividend |
€ 8.000 (te beleggen) |
€ 9.350 (over 2 jaar) |
€ 9.500 (over 4 jaar) |
€ 10.000 (over 10 jaar) |
|
Hoeveel is € 8.000 dan waard bij een gemiddeld rendement |
van 3% netto |
€ 8.487 |
€ 9.004 |
€ 10.751 |
|
van 5% netto |
€ 8.820 |
€ 9.724 |
€ 13.031 |
|
|
van 10% netto |
€ 9.680 |
€ 11.713 |
€ 20.750 |
De vakjes met vetgedrukte bedragen zijn de gevallen waarin het beter is om nu al 20% rv te betalen, de liquidatiereserve uit te keren en dat geld privé te beleggen. Een aantal zaken vallen op:
- Als de vereffening pas binnen de tien jaar plaatsvindt, is het beter om deze tactiek nu al toe te passen, zelfs met een nettorendement van gemiddeld 3% per jaar zal u over tien jaar zo meer hebben.
- Vier jaar of langer wachten op het tarief van 5% heeft maar zin als u minder dan 5% rendement op uw belegging kunt behalen. We hebben het uitgerekend: met 6% verkrijgt u dan zelfs de € 10.000 die u pas bij de vereffening zou krijgen.